We hebben een nieuwe bron! De oude bron gaf niet genoeg water. Per dag 2,5 m3 terwijl we in de zomer 4 m3 nodig hebben. We wisten dat eigenlijk wel, maar je hoopt toch dat je ermee toe kunt.
We gaan een paar spannende dagen tegemoet. Eerst moet er een plek worden gevonden waar water zit! Het is voor ons 21ste-eeuwers moeilijk te geloven dat dat nog steeds met een wichelroede gebeurt!
Dan komt er een enorme boormachine. Drie stoere mannen beginnen vrijdag om 09.00 uur met boren en stoppen om 19.00 uur, met twee uur pauze om wat te eten en bij te komen. Ze zitten dan op 150 meter diepte en er is inderdaad water gevonden. De afspraak is echter: minder dan 500 liter per uur is niet voldoende. Dus de volgende dag verder. En om 14.30 uur komt het moment van beoordelen: het water wordt uit het schoongemaakte boorgat gepompt . Met een stopwatch meet de baas hoe snel een emmer van 10 liter vol is. 52 seconden! Dat betekent 692 liter per uur en dat is meer dan voldoende. We kunnen opgelucht adem halen.
De boorput is nu 180 meter diep.
Vervolgens wordt de plastic pijp in het boorgat aangebracht en om 18.00 uur stopt het allesoverheersende lawaai.

